Schoolprofiel:
"De actieve school, waar leren een ontdekkingsreis is"
Leren doe je zelf, niemand anders kan dat voor jou doen. Een actieve werkhouding en motivatie zijn belangrijke factoren in een goed leerproces.
In een actieve/ondernemende school worden leerlingen niet gezien als consumenten van kennis, maar als leerlingen die werken aan concrete uitdagingen. Hierbij zijn inzet, eigen initiatief/ verantwoordelijkheid nemen en creativiteit kenmerkend. Als school geven wij invulling aan de kerndoelen die voor het primair onderwijs zijn opgesteld. Deze kerndoelen bieden voldoende bewegingsvrijheid voor leerkrachten en leerlingen om invulling te geven aan ons schoolprofiel.
In onze profielschets wordt duidelijk gemaakt hoe ons schoolteam wil werken aan doel, inhoud en organisatie van het onderwijs. Het gaat vooral om datgene waarin de school zich onderscheidt van andere scholen.
Het is een instrument voor het onderwijskundig beleid in de school.
In het nascholingsbeleid, het personeelsbeleid en het bestedingsbeleid wordt hier rekening mee gehouden. Een profielschets heeft een toekomstig karakter en kan daarom ook daar waar nodig bijgesteld worden.
De zes sleutelvragen
Een profielschets wordt opgebouwd aan de hand van de volgende 6 sleutelvragen:
- Welk (ideaal)beeld, eindprofiel hebben we van een leerling die onze school verlaat?
- Op welke wijze bevordert de schoolcultuur de vorming van de leerling?
- Hoe is aan de inrichting van de school en de schoolomgeving het profiel te herkennen?
- Welke hoogtepunten in het schoolprogramma zijn kenmerkend voor de gemaakte keuze?
- Welke buitenschoolse contacten hebben we nodig voor de realisatie van het schoolprofiel?
- Welke bijzondere kwaliteiten vraagt het beoogde profiel van de afzonderlijke leerkrachten?
De antwoorden op deze sleutelvragen maken het profiel duidelijk. Er wordt gestreefd naar een duidelijke samenhang tussen alle zes de aspecten.
1. Eindprofiel leerling
Reisverslag van de leerlingen van de Zevenhoeven
Ik ga op reis en ik neem mee................................ een lege rugzak die ik tijdens mijn reis met bagage en souvenirs kan vullen.
Ik verheug me op de reis. Ik ben heel nieuwsgierig naar wat ik allemaal ga zien, beleven en ontdekken tijdens mijn reis. Onderweg leer ik mezelf steeds beter kennen. Ik ontdek waar ik goed in ben en waar ik hulp bij nodig heb. Ook ontdek ik dat ik anderen zelf ook kan helpen.
Naarmate mijn reis vordert, ontdek ik hoever ik in een dag kan komen. Na een poosje reizen, kan ik zelfs al een reisschema voor een week maken. Aan het eind van elke dag, kijk ik of ik nog op mijn reisschema lig. Als dat niet zo is, kijk ik hoe dat komt en probeer ik een manier te vinden om weer terug op mijn schema te komen. Ik stel mezelf als doel om op een bepaald moment van mijn reis op een specifiek punt te zijn en doe er dan ook alles aan op daar op tijd te zijn.
Ik zeg niet van te voren dat ik iets niet kan. Ik wil eerst alles proberen en doe mijn best om het altijd zo goed mogelijk te doen. Steeds vaker merk ik dat ik veel meer kan dan ik van te voren had gedacht. Ik ontdek dat het sneller, beter en gemakkelijker gaat als ik er op een positieve manier tegenaan kijk.
Onderweg probeer ik zoveel mogelijk van het uitzicht te genieten. Hiervoor blijf ik soms even stilstaan. Ik kijk dan meteen even wat ik allemaal al bereikt heb en geniet daarvan. Ik ben zuinig op mijn spullen. Ook houd ik de omgeving netjes en schoon want anders zou ik het uitzicht voor anderen minder mooi maken.
Ik leer dat het goed is mijn eigen weg te volgen maar dat ik soms de verkeerde route kies. Ik ontdek dat anderen mij soms weer op de juiste weg kunnen helpen. Ook merk ik dat ik sneller vooruit kom door mét elkaar te reizen dan wanneer ik probeer het zo snel mogelijk alleen te doen. Ik kan de reistijd verkorten door aan anderen duidelijk te maken wat ik wil
Onderweg zie ik dat niet iedereen alles op dezelfde manier doet, maar dat anders niet per se verkeerd hoeft te zijn. Ik ontdek dat het belangrijk is om naar de ideeën van anderen te luisteren. Doordat verschillende mensen mij op andere dingen wijzen tijdens mijn reis, leer ik op verschillende manieren tegen de wereld aan te kijken.
Natuurlijk maak ik onderweg ook fouten, maar wanneer er door die fouten problemen ontstaan, los ik ze zelf op en probeer ze niet op anderen af te schuiven.
Het gaat niet altijd zoals ik wil, maar ik ontdek dat ik zelf iets zal moeten ondernemen om door te kunnen gaan. Soms lukt dat me zelf, soms heb ik hulp nodig van anderen. Wanneer het me dan tóch lukt, geeft dat me een extra goed gevoel. Soms kom ik een berg tegen die zó hoog is dat ik er écht niet overheen kom, al probeer ik het nog zo hard. Daar blijf ik dan niet te lang bij stilstaan. Ik accepteer het en zoek een andere weg.
Ik vind het belangrijk om te weten hoe mijn omgeving eruit ziet om zo beter mijn weg te kunnen vinden. Ook vind ik het belangrijk om te weten wat er speelt in mijn omgeving. Daardoor begrijp ik beter hoe mensen reageren en kan ik daar beter mee omgaan.
Na deze reis ben ik tot de ontdekking gekomen dat er nog veel meer te zien en te beleven is. Gelukkig kan ik alle bagage die tijdens deze reis verzameld heb goed gebruiken bij het vervolg van mijn reis. Ik ga dan ook vol zelfvertrouwen verder!
Wij hebben vertrouwen in het ondernemende gedrag en de motivatie als dragers van het leerproces, waardoor de kerndoelen zullen worden bereikt!
Kort samengevat is kenmerkend voor ons eindprofiel van een leerling die de Zevenhoeven verlaat:
• Het nemen van initiatief ( binnen en buiten schoolverband)
• Het overzien van de consequenties van het initiatief
• Het nemen van risico's
• Het dragen van verantwoordelijkheid voor de consequenties van je handelen
• Het zoeken naar oplossingen voor ontstane problemen
• sociaal gedrag; erkenning en respect voor anderen, het kunnen luisteren naar anderen,
het zorgvuldig omgaan met afspraken. Reflecteren op eigen handelen
• Het kunnen maken van een planning op langer termijn
• Het kunnen verdelen van taken/rollen.
• Het goed kunnen omgaan met ICT
2. Schoolcultuur
Cultuur maak je samen, omdat je het samen eens bent over hoe je je ten opzichte van en met elkaar gedraagt. Daarvoor zijn soms afspraken en regels nodig, die in protocollen aan een profielschets kunnen worden toegevoegd. Ook de leerlingen kunnen daar hun inbreng in hebben. Daarbij (ondersteuning van gemaakte afspraken) moet ook de rol van de ouders duidelijk zijn. Verder ondersteuning van ouders bij activiteiten van grote waarde.
Binnen onze school wordt veel nadruk gelegd op het zelf vinden van oplossingen voor vragen of problemen. Zelfstandig werken en samenwerken zijn daarbij belangrijk. Binnen een eenduidige structuur met weektaken worden leerlingen uitgedaagd en gestimuleerd om zelf op zoek te gaan naar antwoorden en zelf verantwoordelijk te zijn voor hun prestaties. Onze leerlingen leren om, vanuit een eigen verantwoordelijkheid, goed te verwoorden hoe ze in hun vel zitten, wat ze van de sfeer en het gedrag van de groep vinden.
3. Inrichting school
Kenmerkend voor de inrichting van onze actieve zelfstandige school zijn de diverse ontdekhoeken en werkhoeken in de school en in de lokalen. Werkplekken voor zelfstandig werken, in en buiten de lokalen. De indeling en inrichting zijn gericht op zelfwerkzaamheid.
De indeling is overzichtelijk en naar binnen gericht, de klaslokalen zijn dicht bij elkaar waardoor overleg en samenwerking mogelijk is (tussen kinderen en leerkrachten).
Bij de klaslokalen zijn opbergruimten die kinderen zelf kunnen en mogen gebruiken. Het lokaal is zodanig ingericht dat de leerlingen zelf materialen kunnen pakken en opruimen.
De werkstukken van kinderen worden gepresenteerd in kasten en wissellijsten in de centrale ruimtes. De kinderen richten deze tentoonstellingen zelf in. Het zelfstandig werken( onder begeleiding) is duidelijk op te maken uit de inrichting van het lokaal d.m.v. planborden, verkeerslicht en instructietafel. De locatie van de computers in zaal en klassen nodigt ook uit om zelf informatie op te zoeken en aan de slag te gaan.
Ten behoeve van maandsluitingen en andere presentaties bevinden zich in de zaal een vast podium met bijpassende apparatuur/verlichting.
4. Partners van buiten
De leerlingen en leerkrachten werken samen met buitenschoolse instellingen. De samenwerking start meestal vanuit de school; er worden gasten uitgenodigd, bezoeken gebracht aan instellingen, om advies gevraagd of hulp bij het uitvoeren van een schoolactiviteit.
Om de buitenschoolse contacten te kunnen realiseren hebben we nodig:
• Stichting Welschap voor cursussen kunstzinnige vorming
• Stichting Welschap voor voor- en naschoolse opvang
• NOKIK voor tussenschoolse opvang
• De bibliotheek, bezoeken, workshops, uitlegsessies, lezingen
• De muziekschool en ‘t Platform voor kunstzinnige activiteiten en kunsteducatie
• Cultuurgebonden uitstapjes (uitgaande van een aantal minimum aantal excursies per
leerjaar)
• De kinderboerderij: dieren zien en voelen; verzorging
• Boerderij: Zien wat het boerenbedrijf inhoudt
• Afvalverwerking: Zien wat afvalverwerking inhoudt en met zich mee brengt
• De plaatselijke middenstand, bijvoorbeeld de bank, markt, bakker, etc.
• Gemeente
• Sportinstellingen
• Gastsprekers van buitenaf: politie (bureau halt); krant; beroep uitoefenaars (denk
bijvoorbeeld aan boer); Spoorwegen; schrijvers, opa's of oma's over de oorlog
• Het voortgezet onderwijs: kennismaking, overleg, gastdocenten?
En verder ....
• Onderzoek in onze geïntegreerde methode de Grote Reis op zaken die passen in de
thema's
• Inventarisatie binnen de groepen, wat wordt nu aan externe contacten onderhouden?
5. Hoogtepunten
Alle hieronder genoemde onderwijshoogtepunten zullen het ‘actieve' gedrag van de leerlingen stimuleren. Een onderwijsactiviteit waarin leerlingen uitgedaagd worden tot participatie, tot meedenken en meedoen in het plannen maken, tot min of meer zelfstandig uitvoeren en tot mede verantwoordelijk zijn, zal leiden tot een echt onderwijshoogtepunt.
De school wil zich manifesteren via bijzondere onderwijsprojecten en evenementen:
• De schoolshows, waarin de groepen steeds meer creativiteit ten toon spreiden. Ook
verhogen zij de saamhorigheid binnen de school tussen de leerlingen onderling.
• De opening en sluiting van de Kinderboekenweek, waarbij de leerkrachten een soort
revue opvoeren. Bij de sluiting is de rol van de leerling meestal groter.
• De kerstmaaltijd, 's avonds dineren met de groep, gevolgd door een gezamenlijke
activiteit.
• Het paasontbijt, 's ochtends een ontbijt in circuitvorm.
• De jaardag, waar een groot feest gehouden wordt, om de verjaardag van de leerkracht
te vieren. 's ochtends in de klas, 's middags spelletjes of een revue door de leerkrachten.
• De sportdag, waarin alle kinderen een ochtend met spelletjes bezig zijn. Bijzonder is de
begeleiding van het jongere kind uit de groepen 4 t/m 7 door de oudere leerlingen.
• De doedagen, waar enkele dagen gevuld worden met spelactiviteiten voor en door alle
leerlingen op een andere locatie dan de Velst.
• Het schoolreisje, één keer per twee jaar na een pretpark
• Het schoolkamp in groep 8, als afsluiting van de schooltijd.
• Het schoolproject met een grote afsluitende manifestatie
• Uitstapjes naar voorstellingen van 't Platform i.v.m. uitwerken cultuurbeleidsplan +
schoolprofiel
• Excursies naar musea of instellingen
• De Kijkavonden, waarop wij onze school open stellen om het werk van de kinderen te komen bekijken.
6. Leerkrachtkwaliteiten
De leerkrachten zijn niet alleen goed in het onderwijzen, maar ook in het organiseren van activiteiten waar de leerlingen veel leerervaringen kunnen opdoen. Dit vraagt de volgende kwaliteiten van een leerkracht die op onze school werkzaam is. Indien nodig dient de leerkracht zich hierin te bekwamen.
Een leerkracht die werkt op onze school met als schoolprofiel: 'De Actieve School'
• Is flexibel, en staat open voor initiatieven
• Overziet de grote lijnen
• Is breed inzetbaar
• Is actief betrokken bij de leefwereld van de kinderen
• Heeft kennis van de culturele buurtontwikkelingen
• Reageert op actualiteiten
• Geeft actief les
• Is in staat een begeleidende rol aan te nemen;
• Is in staat om andere lesvormen te bedenken, uit te voeren en te begeleiden
